Briefje aan het college van B&W te Katwijk

De Kracht van Lokale politiek

Briefje aan het college van B&W te Katwijk

Voorgenomen fusie tussen muziekschool en bibliotheek het zoveelste recept voor mislukking. KiesKatwijk stelt 124 vragen.

Aan: College van
Burgemeester & Wethouders der gemeente Katwijk

Van: Fractie KiesKatwijk

Betreft: Vragen
over het onderwerp “Fusie tussen Muziekschool en Bibliotheek”[1]
 


26 juni 2020.

Geacht College,

Onze fractie was verbaasd
dat uw college een rapport heeft laten maken dat moet aantonen dat de fusie van
twee organisaties, de bibliotheek en de muziekschool, die beiden in totaal
verschillende “werelden” opereren, namelijk de muziekwereld en de wereld van de
taal en informatiedragers, gewenst zou zijn. Bij enig doordenken blijkt
namelijk al snel dat deze fusie niet zo’n goed idee is. De argumentatie is dan
ook boterzacht, nauwelijks onderbouwd en nogal abstract geformuleerd. De
impliciete stelling dat voor inhoudelijke samenwerking een organisatorische
fusie noodzakelijk zou zijn is onjuist.

De samenwerkingsmogelijkheden worden
naar onze mening bovendien nogal overschat en nergens expliciet gemaakt.
Hetzelfde geldt voor de mogelijke efficiencyvoordelen die te behalen zouden
zijn. Het eigenlijke probleem, een 
adequate huisvesting, is blijkbaar terzijde gelegd in de afgelopen twee
jaar.

Onze fractie is van mening
dat een dergelijke belangrijke beleidsbeslissing als de onderhavige niet gebaseerd
mag zijn op niet meer dan een vrome wens of een verzameling geloofsartikelen
i.p.v. harde feiten. Dat is namelijk nu het geval en bovendien zijn er voor de
raad zoals wel vaker het geval is onvoldoende keuzemogelijkheden of
alternatieven. In de “90 seconden democratie” hebben raadsleden onvoldoende
mogelijkheden om in het politieke debat deze kwestie voldoen scherp te krijgen.
Het college neemt echter na één digitale commissievergadering een afslag met
eenrichtingsverkeer richting de fusiebestemming zonder dat daaraan een
raadsbesluit ten grondslag ligt. Zo is democratie niet bedoeld.
 

Ondanks het feit dat wij
het vrageninstrument niet ideaal vinden, omdat het meestal gebruikt wordt om de
vragensteller met een kluitje in het riet te sturen, willen wij nu toch gebruik
maken van ons recht om vragen te stellen ten einde wat ontbrekende feiten op
tafel te krijgen. Het kan ook collega-raadsleden de ogen openen. Noodgedwongen
moeten wij daarbij tot in de details afdalen, ook al om de beste kans op
zinvolle antwoorden te krijgen.

Onze stelling: Elke
kwaliteitsverbetering kost geld (uren, accommodaties) en       bezuinigen zonder
gevolgen voor kwantiteit en kwaliteit bestaat niet.


Hoofdvragen:

  1. Op welke wijze denkt u dat een
    structuurverandering (fusie), zonder vergroting van het budget, kan leiden tot uitbreiding
    van dienstverlening (meer uren) ?

  2. Op welke wijze kan een fusie tussen
    muziekschool en bibliotheek bij verminderd of gelijkblijvend budget leiden tot
    een hogere kwaliteit van dienstverlening ?

  3. Kunt u de antwoorden op beide vorige
    vragen ook aannemelijk maken met (harde) feiten ?

  4. Mocht het antwoord zijn dat er (als
    vanzelf) verbetering van efficiency tot stand zal komen met een fusie, verzoek
    ik u te kwantificeren om welk bedrag (c.q. hoeveel uren) dit dan gaat dat
    hierdoor extra aan dienstverlening in de primaire processen kan worden besteed,
    en welke besparingen dat bedrag heeft opgeleverd ?

  5. Voor welke verbetering van kwaliteit
    of effectiviteit is de fusie een noodzakelijke voorwaarde ?

  6. Op blz. 6 van het rapport Berenschot
    wordt gesteld dat de kernboodschap van het rapport is dat een grote
    bezuiniging[1]
    op de muziekschool alleen mogelijk is als er gefuseerd wordt. Fusie dus als
    voertuig voor een grote bezuiniging. Wie heeft dat uitgangspunt bepaald ? Is
    bekend of de gemeenteraad hier mee instemt ?


Detailvragen

In het vervolg hebben wij nog een
aantal detailvragen die nader ingaan op aspecten van zowel efficiency
(doelmatigheid) als effectiviteit (doeltreffendheid) van uw voorgenomen beleid.

Berenschot blz 8.: “De verwachting mag
zijn dat het Cultuurbedrijf het culturele leven van Katwijk aanzwengelt en
steeds van nieuwe impulsen voorziet”.

  • Waarop is die verwachting gebaseerd ?

  • Wordt er dan extra geld beschikbaar
    gesteld voor personeelscapaciteit t.b.v. het aanzwengelen ?

  • Worden bestaande activiteiten
    geschrapt en worden die uren dan voortaan besteed aan het aanzwengelen ?

  • Welke magie leidt er toe dat je met
    dezelfde of minder uren opeens veel meer zou kunnen bereiken ?

  • Welke activiteiten van beide
    organisaties in het primaire proces kunnen worden samengevoegd, zodat meer werk
    kan worden verzet met minder mensen dan in het geval er niet wordt samengewerkt
    vanuit één organisatie?

  • Welke omvang hebben deze activiteiten
    (in geld en in Fte gemeten) en welke activiteiten betreft dit ?

  • Voor welke vormen van samenwerking
    tussen beide instellingen is een fusie een noodzakelijke voorwaarde ?

  • Welke ondersteuning van ProBiblio en
    andere koepelorganisaties in de bibliotheekwereld is relevant voor een
    instituut op het gebied van muziekonderwijs ?

  • Op welke wijze kan het muziekonderwijs
    beter functioneren c.q. tot een beter resultaat leiden via het instrument van privatisering
    (verzelfstandiging)?

  • Zijn de kwaliteit van de docent en
    klasgrootte niet meer bepalend dan de organisatiewijze ?

  • Welke belemmeringen of nadelen hangen
    samen met de status van de muziekschool als onderdeel van de ambtelijke organisatie
    van de gemeente ?

  • Waarom moet er meer aan marketing
    worden gedaan ?

  • Is het 
    niet zo dat meer uren aan marketing leidt tot minder uren in het
    primaire proces ?

  • Wat is de meerwaarde daarvan
    (muziekschool en bibliotheek hebben al groot bereik) ?

  • Wat mankeert er aan de huidige
    marketinginspanningen ?

  • Is er capaciteit om meer klanten te
    bedienen die men verwacht met extra marketing binnen te krijgen ? Zo ja, hoe
    dan ?

  • Wat is belangrijker, meer marketing of
    een betere dienstverlening (meer uren in de primaire processen), voor het
    aantrekken van meer klanten ?

  • Wat is in geld en in Fte’s gemeten de
    “winst” die geboekt kan worden als muziekschool en bibliotheek één organisatie
    gaan vormen[1]
    ?

  • Welke oude functies c.q. welke
    bestaande taken/activiteiten vervallen bij een fusie ?

  • Wat betekent dit in geld en Fte’s
    gemeten ?

  • Welke overige kosten die sec
    gerelateerd zijn aan de fusie vervallen in beide begrotingen (dus niet
    gerelateerd aan gezamenlijk gebruik van accommodaties)  ?

  • Waaruit bestaan de frictiekosten en
    hoe hoog worden die ingeschat ?

Op blz 38 van het Berenschot rapport[2]
wordt beweerd dat samenwerking de inhoudelijke programmering en
afstemming in de dorpskernen zal versterken.

  • Is hierbij de aanname dat er een fusie
    noodzakelijk is om tot samenwerking en afstemming te komen ?

  • Zo ja, waarom kan er niet worden
    samengewerkt zonder dat er een fusie plaatsvindt ?

  • Zo ja, zijn er alternatieven buiten
    een fusie die tot verbeterde samenwerking kunnen leiden ?

  • Is er sprake van een verschillende situatie
    wat betreft activiteiten of samenwerking binnen of buiten dorpskernen ? Kunt u
    concreet maken waarover in concreto Berenschot het hier eigenlijk heeft ?

Op blz 38 wordt enigszins dubbelop
(zie vorige vraag) beweerd dat muziekonderwijs, cultuureducatie en
leesondersteuning in de basisscholen en in de wijken versterkt wordt. In
een tweede zin lezen we nog “samenwerking tussen bibliotheek en muziekschool
zal het cultuuronderwijs binnen de scholen en de kernen verstevigen”. Het gaat
dus blijkbaar om de taken muziekonderwijs, cultuureducatie, leesondersteuning
en cultuuronderwijs.

  • Komen er meer uren beschikbaar voor
    deze taken ?

  • Komt de kwaliteit van de geleverde
    uren op deze vier taakvelden op een hoger niveau ?

  • Zo ja, hoe komt dat dan per taakveld
    tot stand ?

  • Zo ja, is een fusie noodzakelijk om
    deze doelen te bereiken ?

  • Nemen alle scholen deze “producten” nu
    af ? Zo nee, wat is de dekkingsgraad ?

  • Wat weerhoudt sommige scholen om deze
    “producten” af te nemen ?

  • Op welke wijze gaat de fusie zorgen
    voor een groter bereik bij de doelgroep scholen ?

  • Is er personeelscapaciteit (geld)
    aanwezig om deze verwachte toename van werkzaamheden te kunnen behappen ?

  • Zijn er soms plannen om buiten de
    bestaande accommodaties en de scholen “de wijken in te gaan” ?

  • Wat moeten wij ons hierbij voorstellen
    en wat is de bedoeling hiervan ?

  • Is er geld voor ?

  • Welke nieuwe kosten ontstaan c.q.
    welke kosten worden hoger met een fusie en schaalvergroting ?

  • Komen er functies bij of worden
    functies in de nieuwe organisatie hoger gewaardeerd c.q. beter betaald ? Zo ja,
    welke ?

  • Moeten er mensen afvloeien bij de
    fusie en privatisering omdat de functie vervalt en zijn daar kosten aan
    verbonden (zoals gouden handdrukken, uitkeringen)  ?

    De gewenste fusie maakt het
    noodzakelijk dat de muziekschool geprivatiseerd wordt.


  • Welke garanties worden er aan de
    organisatie en aan de medewerkers gegeven of welke regelingen zullen moeten
    worden getroffen ?

  • Wat kost dat ?

  • De toekomstige directeur (M/V) moet
    verstand hebben van en affiniteit met zowel de muziekwereld en het
    muziekonderwijs als de wereld van bibliotheken. Is het te verwachten dat een
    dergelijk schaap met vijf poten makkelijk te vinden zal zijn ?

  • Gaan we bij een fusie naar een
    situatie van twee of meer adjunct-directeuren voor de diverse poten van de
    nieuwe organisatie ?

  • Leidt de fusie en schaalvergroting tot
    meer overheadkosten ?

  • Bepaalt de gemeente Katwijk hoe de
    nieuwe organisatie er uit gaat zien of bepalen de organisaties met hun autonome
    besturen dat zelf ?

  • Bepaalt de gemeente Katwijk welke
    personen op welke functies komen in de nieuwe verzelfstandigde organisatie of
    bepaalt het toekomstige autonome bestuur van het Cultuurbedrijf dat ?

  • Kunt u een overzicht geven van de
    betaalde overheadfuncties in de drie oude organisaties in vergelijking met die
    van de gefuseerde organisatie ? Gaarne zowel in kosten als in Fte gemeten.

  • Zal de grotere schaalgrootte leiden
    tot betere of meer dienstverlening ?

  • Zo ja, welke dienstverlening betreft
    dit en kunt u dat feitelijk onderbouwen en aannemelijk maken ?

  • Wat is reuring in organisatiekundige
    zin ?

  • Heeft meer reuring in een organisatie louter positieve effecten ?

  • Kost
    reuring ook organisatiecapaciteit c.q. kan reuring ook afleiden van de
    uitvoering van taken en energielekken veroorzaken ?

  • Zou “klein, maar fijn en slagvaardig”
    niet net zo goed een bruikbare kretologie kunnen zijn dan meer “reuring” ?

Berenschot op blz 8: “voor
kruisbestuiving” is een bepaalde massa nodig. De massa neemt met de fusie niet
toe, en de massa in de uitvoering van de primaire processen zal eerder afnemen.
Dezelfde massa is er vandaag ook al, niemand verbiedt het om die massa zonder
fusie ook vandaag al met kruisbestuiven aan het werk te zetten.
 

  • Hoe werkt dat ?

  • Is het gebrek aan kruisbestuiving dan
    misschien toch een capaciteitsprobleem (en dus budgetprobleem) omdat beide
    organisaties nu al volbezet zijn ?

  • Is het gebrek aan kruisbestuiving
    misschien te wijten aan het feit dat beide organisaties aan totaal
    verschillende takken van sport doen waardoor er weinig mogelijkheden zijn ?

  • Welke mogelijkheden tot
    kruisbestuiving worden er nu gezien die niet gerealiseerd worden doordat beide
    organisatie nu geen eenhoofdige leiding kennen ?

  • Wat vind het personeel van de diverse
    instellingen van deze fusie ? Hebben zij er zin in ? Op welke wijze zijn zij
    geraadpleegd ?

Op blz 38 van het Berenschot rapport
wordt beweerd dat het “esprit de corps” van de muziekschooldocenten een
positieve invloed zal hebben op de medewerkers van de andere twee organisaties.

  • Kunt u uitleggen wat of welk fenomeen
    u met de term “esprit de corps” wilt aanduiden ?

  • Wat is er mis met het “esprit de
    corps” van de medewerkers van de bibliotheek en K&O ?

  • Op welke wijze  wordt de positieve invloed van muziekdocenten
    op de collega’s bij een fusie tot stand gebracht en wat is het gewenste
    resultaat ?

  • Op welke wijze wordt voorkomen dat het
    “esprit de corps” van de medewerkers van bibliotheek en K&O, de blijkbaar
    meer gewaardeerde instelling van de muziekdocenten andersom op negatieve wijze
    beïnvloedt ?

  • Op welke momenten is er trouwens
    sprake van intensieve samenwerking tussen muziekdocenten en de medewerkers van
    bibliotheek en K&O die totaal uiteenlopende functies vervullen ?

  • Worden muziekdocenten straks ook
    ingezet voor andere activiteiten dan muziekles geven ? Zo ja, in welke mate ?
    Zo nee, hoe komt de veronderstelde wisselwerking dan tot stand ?

  • Worden medewerkers van bibliotheek of
    K&O ingezet bij muzieklessen ? Zo ja, in welke mate ?  Zo nee, hoe komt de veronderstelde
    wisselwerking dan tot stand ?

  • Gaat het esprit de corps niet
    aangetast worden door zaken als verschillen in salarisniveau, beroepshouding en
    rechtspositie van voormalige bibliotheekmedewerkers en muziekdocenten ?

  • Gaat het esprit de corps niet
    aangetast worden als niet-professionals op het gebied van muziekonderwijs een
    leidinggevende taak in dit werkveld gaan uitvoeren ?

Op blz. 38 in het Berenschot rapport
wordt beweerd dat het cultureel ondernemerschap door de wisselwerking
tussen de drie organisaties zal toenemen. Er is dus nu blijkbaar sprake van een
tekort.

  • Heeft het fenomeen “cultureel
    ondernemerschap” ook iets te maken met meer eigen inkomsten genereren ? Zo ja,
    hoe gaat de fusie de vraag in de markt vergroten ?

  • Wordt de prijs voor muzieklessen of
    evenementen lager ? Wordt de contributie voor de bibliotheek lager of wordt het
    boekenbudget hoger ?

  • Kunt u uitleggen waarom er een fusie
    noodzakelijk is om de veronderstelde positieve effecten tot stand te laten
    komen, welke effecten dat zijn en hoe dit dan gaat werken ?

  • Wat is de reden dat het heden ten dage
    blijkbaar niet goed genoeg gaat qua “cultureel ondernemerschap” ?

  • Zou het niet beter zijn om te zorgen
    voor meer geld, meer personeelscapaciteit en meer deskundige of meer bevlogen
    medewerkers, en goede accommodaties en andere middelen om het door u gewenste
    cultureel ondernemerschap te verbeteren ?

  • Hoe onderbouwt u de veronderstelling
    dat schaalvergroting of een fusie blijkbaar “als vanzelf” tot een beter
    resultaat gaat leiden in termen van “cultureel ondernemerschap” ?

  • Is cultureel of andersoortig
    ondernemerschap niet een eigenschap van mensen ?

  • Gaan we nieuwe mensen aantrekken omdat
    blijkbaar de huidige mensen onvoldoende ondernemerschap tonen ?

  • Zo nee, hoe gaan dan dezelfde mensen
    opeens heel andere kwaliteiten vertonen door de fusie ? Hoe werkt dat ?

  • Wat gaat de fusie opleveren aan zaken
    die vandaag de dag blijkbaar tot de onmogelijkheden behoren en hoe gaat dit dan
    werken ?

  • Niet ontkend kan worden dat de fusie
    vooral een middel is om tot kostenvermindering te komen. Wilt u dit desondanks
    ontkennen ?

  • Zo nee, bent u dan van plan om meer
    middelen ter beschikking te stellen ?

  • Zo niet, dan moeten dezelfde of meer
    taken door dezelfde of minder mensen in minder beschikbare uren worden
    uitgevoerd. Is dit juist ? Zo nee, waarom niet ?

  • Als het budget niet vergroot wordt is
    de enige reële reactie hierop het sluiten van een filiaal.

  • Is deze veronderstelling juist ?

  • Zo nee, waarop kan dan nog bezuinigd
    worden ?

  • Zo ja, sluiten we dan eerst het
    filiaal Rijnsburg of het filiaal Valkenburg ?

  • Bent u met ondergetekenden niet van
    mening dat minder budget juist contraproductief werkt ten opzichte van elke
    kwaliteitsverbetering ?

  • Hoeveel medewerkers met kleine banen
    (qua uren) hebben beide organisaties ?

  • Welk percentage van het personeelsbestand
    vertegenwoordigen deze ?

  • Zijn die kleine banen een eigen keuze
    van medewerkers of een gevolg van te weinig budget ?

  • Welke gevolgen heeft die versnippering
    voor de binding met de organisatie, het “esprit de corps”, de efficiency en het
    cultureel ondernemerschap ?

  • Zijn muziekdocenten meer betrokken bij
    de organisatie en haar algemene doelen of zijn ze meer specifiek gefocust op
    hun vak en op hun eigen leerlingen ?

  • Besteden muziekdocenten ook nog andere
    activiteiten bij de muziekschool dan sec het invullen van lesuren ? Kunt u
    inzicht geven in aard en omvang van die activiteiten ?

  • Komen er schotten tussen de
    samenstellende delen van de nieuwe cultuurorganisatie qua financiering of is er
    straks sprake van één lumpsum ?

  • Hoe gaan we voorkomen dat bibliotheekgeld
    weglekt naar de muziekschool of K&O, en andersom ?

  • Kunt u een overzicht geven van de
    (omvang van de) bezuinigingen in de diverse rondes op de drie organisaties in
    het afgelopen decennium ?

  • Kunt u een overzicht geven van de
    kosten die de afgelopen twee jaar na het Noordzeepassage debacle zijn gemaakt
    t.b.v. dit dossier, uitgesplitst in interne uren en externe advieskosten ?

  • Heeft u de afgelopen twee jaar gewerkt
    aan de realisering van adequate huisvesting voor de bibliotheek ?

  • Zo ja, wat was uw zoekgebied ?

  • Als uw antwoord is dat er eerst
    gewerkt moet worden aan het in elkaar schuiven van organisaties, gaarne de
    onderbouwing waarom hier alleen volgtijdelijk en niet parallel gewerkt kan
    worden. Het gaat immers om een bibliotheek “nieuwe stijl” inclusief een
    zaaltje, waarbij alleen de hoeveelheid benodigde kantoorruimte een van de
    organisatieomvang afhankelijke (en overigens goed in te schatten) variabele is
    ?

  • Is een leerpunt van het
    Noordzeepassage debacle niet dat een combinatie van lesruimten voor
    muziekonderwijs met een bibliotheek tot problemen leidt, en om allerlei redenen
    niet gewenst is ?

  • Op welke termijn denkt u nieuwe
    huisvesting voor de cultuurorganisatie te kunnen realiseren ?

Tot nog toe werd de harde eis
gehanteerd dat de bibliotheek een bijdrage moest leveren aan omzetverhoging van
winkeliers in het centrum van het zeedorp. Deze merkwaardige eis beperkte de
zoekmogelijkheden voor een locatie op dramatische wijze, en heeft ook tot een
dramatisch resultaat geleid middels het Noordzeepassage debacle.

  • Wat heeft het jarenlang vasthouden aan
    die eis de belastingbetaler inmiddels gekost en wat staat daar tegenover ?

  • Er is twee jaar “radiostilte” geweest
    over de huisvesting. Wordt die eis nog steeds gehanteerd ?

  • Zo nee, betekent dit dan dat ondersteuning
    van winkeliers in andere dorpsdelen ook een eis kan zijn ?

  • Of gaan we deze bizarre eis laten
    vallen ?

  • Is het niet verstandig een uitspraak
    van de raad te ontlokken over deze kwestie ?

  • Gaat de toezegging van wethouder Knape
    om het commerciële initiatief van de heer Frissen bij de onderhavige
    fusieproblematiek te betrekken deze kwestie niet nodeloos compliceren ? Hebben
    we wat dat betreft geen lessen geleerd ?

Een ander leerpunt uit het nabije
verleden is dat we steeds in grote problemen komen door het hanteren van een tunnelvisie.
Die fuik geldt hier ook weer. Er is geen keuze want de fusie met drie
organisaties is het enige alternatief, in twee smaken weliswaar.

  • Als het college met commerciële
    partijen in gesprek gaat over het voorliggende dossier ligt het dan niet voor
    de hand om dan ook onderzoek te doen naar een variant met twee aparte fusies ? Op
    deze manier heeft de gemeenteraad immers ook iets te kiezen.

Zo’n variant omvat een fusie tussen
bibliotheek en K&O, en daarnaast een fusie in de muziekwereld tussen een
geprivatiseerde (verzelfstandigde) muziekschool en commerciële initiatieven op
het gebied van muziekonderwijs en relatief grote evenementen.

  • Zou het geen aanbeveling verdienen om
    een andere adviseur dan Berenschot deze optie te laten onderzoeken ?

  • Zou het geen aanbeveling verdienen om
    zo snel mogelijk een gezamenlijke huisvesting voor K&O en de bibliotheek te
    regelen, en dit geheel los te zien van mogelijke fusies tussen wie dan ook ?

  • Is het inmiddels niet overduidelijk
    dat de eisen die samenhangen met de huisvesting van een muziekschool totaal
    anders zijn dan de eisen voor een bibliotheek “nieuwe stijl” ?

  • Zo ja, is het dan niet overduidelijk
    dat een gezamenlijke huisvesting tot extra complicaties en dus tot hogere
    kosten en/of tot een suboptimaal resultaat zullen leiden ?

Het bedrag in de BSI was bedoeld voor
huisvesting van een centrale bibliotheek met een zaaltje, een organisatie
waarvoor in de loop van de jaren diverse benamingen zijn gehanteerd. In de loop
der tijd zijn steeds nieuwe partners bij het onderwerp bibliotheekhuisvesting
betrokken (en weer weggevallen) en gaan we nu blijkbaar drie organisaties onder
één dak (organisatorisch en/of qua huisvesting)  brengen.

  • Wordt het (niet geïndexeerde) bedrag
    voor huisvesting dan ook logischerwijze opgehoogd ?

Inmiddels wordt er waarschijnlijk een
geheel nieuw dorp bijgebouwd (de wijk Vliegkamp) met 10.000 inwoners.

  • Welke implicaties heeft dit voor het
    huisvestingsbeleid en de overige kosten die samenhangen met de hier besproken
    voorzieningen ?

  • Hoe verhoudt zich dat tot de
    overduidelijke wens van sommige coalitiepartners zoals de CU om verder te
    bezuinigen op de bibliotheek met een zaaltje ?

Uw college heeft blijkbaar op basis
van het in onze ogen nogal zwakke rapport van Berenschot besloten dat een
organisatorische fusie tussen bibliotheek, K&O en de muziekschool de meest
gewenste oplossing is voor een huisvestingsprobleem.

  • Vinden de autonome besturen van
    bibliotheek en K&O dat ook ?

  • Is er een raadsbesluit dat deze koers
    accordeert ?

  • Wilt u de gemeenteraad alsnog een
    raadsvoorstel voorleggen ?

Met
vriendelijke groet,


Jaap Haasnoot
KiesKatwijk



[1] De fusie
tussen K&O en de bibliotheek lijkt ons niet problematisch en zelfs gewenst.
Deze samenvoeging stellen wij dus niet ter discussie.

[2] Ter
toelichting wordt in het rapport naar voren gebracht dat zonder fusie slechts
bezuinigingen in de orde van grootte van 20K tot 70K per jaar mogelijk zijn.

[3] Op blz
39 van het Berenschot rapport wordt beweerd dat er besparingen en
efficiencyvoordelen voortvloeien uit een fusie, zonder dat overigens te
onderbouwen of aannemelijk te maken.

[4] Dit
rapport is verdedigd door wethouder Knape namens B&W en is dus geen
vrijblijvend verhaal maar het belangrijkste beleidsstuk waarop B&W zich
baseert in haar standpuntbepaling.

 

Één reactie

  1. Nel Peursum schreef:

    En nu maar hopen dat het niet in een la belandt want het is een geweldig goed onderbouwd stuk over een delicate kwestie.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *